Geschiedenis van de Psychologie (deel 2): Philosophy of Mind
Dit artikel gaat verder op het filosofische gedachtegoed dat het ontstaan van de psychologie als academische discipline vooraf ging.
3. Geschiedenis van de Moderne Psychologie
3.1 René Descartes

René Descartes (1596-1650) groeide op in een onderwijssysteem dat overheerst werd door het aristoteliaanse denken. Hij leerde dus over de ziel of psyche, wat bij Aristoteles als de levenskracht van levende wezens werd beschouwd. De psyche werd gezien als dat wat leven van niet leven onderscheidde, wat ervoor zorgde dat levende organismen kunnen bewegen en zich voortplanten. De aristoteliaanse ziel kwam zoals gezien in verschillende variaties voor. Planten hadden vegetatieve zielen, dieren affectieve of animale zielen en de mens uiteindelijk, als enige onder de levende wezens, was in het bezit van een rationele ziel. Vegetatieve en animale zielen verdwenen volgens het aristoteliaanse gedachtegoed na de dood. Maar de rationele ziel was onsterfelijk en in staat tot hoger moreel en rationeel denken.

Descartes was een goede student en nam het aristoteliaanse wereldbeeld braaf over. Hij studeerde op zijn 16e af aan het scholastieke onderwijs en kwam in Parijs terecht waar hij onder de hoede van de Franciscaanse monnik Marin Mersenne (1588-1648) kwam. Mersenne werd uiteindelijk door zijn Franciscaanse orde oververplaatst en moest daardoor afscheid nemen van Descartes. Dat maakte Descartes niet blij. Hij verhuisde naar St. Germain en raakte in zijn eentje gefrustreerd door de academische kennis die hij had opgedaan. Hij had het gevoel dat geen van de kennis die hij had opgedaan compleet zeker was en zonderde zich af om aan zijn eigen ideeën te werken. Na deze persoonlijke crisis besloot hij het leger in te gaan en soldaat te worden. Misschien zou hij daar meer leren. Hij was zelf katholiek maar ging bij het Protestantse leger van Prins Maurice van Nassau in de Nederlandse stad Breda. Daar verveelde hij zich tot hij bevriend raakte met een wiskundige dokter, Isaac Beeckman (1588-1637). Na enkele jaren kregen de twee ruzie omdat Beeckman een werk van Descartes aan andere mensen liet zijn, wat hij beloofd had niet te doen. Isaac vertrok, Descartes bleef alleen achter, zag geen reden om bij het Protestantse leger te blijven en besloot over te lopen naar het Katholieke kamp onder leiding van Maximiliaan van Bavaria. Hij nam echter een omweg om daar te komen en het is tijdens zijn reis door Polen en het noorden van Duitsland dat hij tot zijn baanbrekende inzichten zou zijn gekomen, die hebben geleid tot de ontwikkeling van de analytische meetkunde. De analytische meetkunde was een poging van Descartes om meetkunde en algebra met elkaar te verzoenen. Maar zijn methode bleek uitstekend gebruikt te kunnen worden als coördinatenstelsel. Zo is het mogelijk om de meetkundige beweging van bijvoorbeeld een vlieg op de muur, of van een boot op zee te beschrijven als een reeks algebraïsche punten.

[afbeelding]

Deze methode kennen we nu beter als Cartesische coördinaten.

Dit op zich is een baanbrekend werk. Veel van Descartes’ wiskundige inzichten en vernieuwingen zijn overigens tijdens zijn legertijd bedacht en staan uitgelegd in zijn Discours de la méthode uit 1637.

Maar Descartes deed nog meer. Ook zijn denken over de werking van de wereld en de mens hebben een enorme invloed gehad op het Europese denken. Descartes was een tijdgenoot van Galileo Galilei (1564-1642), de man die als de grondlegger van de wetenschappelijke methode wordt beschouwd. Toen Descartes hoorde over de problemen die Galileo kreeg met de Katholieke kerk, besloot hij zijn “Treatise of Light” wat ook de Copernicaanse theorie van het universum volgde, toch maar niet te publiceren.

Descartes was op zoek naar een universele wetenschap. Hij zocht, net als Galileo, naar een manier om zeker te zijn over bepaalde ideeën. Galileo slaagde daar in door wiskundige theorieën te toetsen aan experiment en stond zo aan het begin van de wetenschappelijke methode om kennis te verwerven. Descartes’ methode om tot kennis te komen, bleef van filosofische aard. Het uitgangspunt van zijn filosofie, het enige inzicht waarvan hij meende dat het niet voor twijfel vatbaar was, waar hij dus zeker van kon zijn, was het feit dat hij twijfelde. Hij twijfelde en dacht na, en daaruit - vond hij - kon hij concluderen dat hij bestond. Vandaar zijn bekende uitspraak: “Cogito ergo sum”.

Descartes twijfelde aan alles, behalve aan het feit dat hij nadacht. Hij was onderricht in het aristoteliaanse onderwijs dat een rationele ziel toekende aan de mens. Descartes kon niet twijfelen aan de subjectieve ervaring van zijn denkproces en nam het bestaan van de activiteit van zijn eigen rationele denken, het bestaan van zijn rationele ziel, daarom als uitgangspunt voor zijn filosofische kennissysteem.